Cijfers Geven

Cesuurbepaling (Standard Setting)

Vooraf of achteraf?

Als een toets is afgenomen en nagekeken (gescoord) is, ligt er nog een belangrijke taak. Het omzetten van de toetsscores in cijfers. En alhoewel het technisch gesproken niet hoeft, is het toch sterk aan te bevelen om de methode van omzetting tevoren te bepalen. Het is gebleken dat leerlingen beter leren voor een toets als zij vooraf weten hoe en waarop ze beoordeeld worden.

Voor het omzetten zijn de afgelopen decennia veel methoden bedacht, hieronder worden er enkele besproken.

Content based

Deze methodes zijn in Nederland vrij populair. Hierbij wordt er gekeken naar de toetsinhoud en bepaald welk percentage (of score) voldoende is. Aangenomen dat de toets een goede afspiegeling is van de leerdoelen, is de centrale vraag dus: “Hoeveel procent van de leerstof moet een leerling tenminste beheersen om een voldoende te krijgen?”

Performance based

Deze methodes worden in Nederland minder gebruikt. Hierbij is het uitgangspunt niet de toets, maar de groep leerlingen. De cesuur wordt dan bepaald door te kijken naar de resultaten van een andere groep leerlingen die de toets al bijv. in een pilotfase hebben gemaakt. Om dit op een juiste manier te doen zijn een groot aantal methoden bekend.

Gemengd

Nederlanders houden van compromissen sluiten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meest gebruikte compromis-methoden ontwikkeld zijn door Nederlanders. Bij een compromis-methode wordt er zowel naar de toetsinhoud gekeken als naar de groep leerlingen. Dat betekent dat de cesuur op een verantwoorde manier kan worden aangepast als er bijv. tegenvallende resultaten zijn.

Cohen-Schotanus

De methode Schotanus doet dit door de score van de bestscorende studenten te middelen en als maximumtoetsscore in te stellen. Als de beste studenten bijv. gemiddeld 74% van de toets correct hebben, dan krijgt iedereen met die score of hoger het cijfer 10. De cesuurscore kan dan op bijv. de helft van 74% worden gesteld.

BEUK

De methode Beuk is een vereenvoudiging van de methode Hofstee. Hierbij wordt aan een aantal deskundigen twee vragen gesteld:

“Hoeveel procent van de toets moet een leerling tenminste correct hebben om een voldoende te krijgen?”

en

“Hoeveel procent van deze groep leerlingen zou moeten kunnen slagen voor deze toets?”

Aan de hand van de gemiddelden en de standaardafwijkingen op deze vragen, wordt vervolgens een compromislijn berekend. Het kruispunt van deze lijn met de toetsresultaten legt dan de cesuur vast. In dit Excel-bestand wordt e.e.a. geïllustreerd.

Van cesuur naar cijfers

Als de cesuur eenmaal bekend is, moet er een normeringstabel of omzettingstabel gemaakt worden waarmee de toetsscores omgezet kunnen worden. Een aantal van deze  tabellen zijn te vinden in papieren docentenagenda’s. Maar ook  de websites omzettingstabel en foutenperpunt van Faistos zijn goede hulpmiddelen om de diverse tabellen te gebruiken.